Luister naar het verhaal van Pastoor van Aken
Stemmen: Tim Kerkhofs en Theo Marcelis
Audioproductie: Tom Gudde
Lees hier mee met het verhaal:
Tussen 1813 en 1830 ondergaat het huidige Nederland grote veranderingen. Na de val van Napoleon wordt in 1815 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden opgericht, waarin Noord en Zuid – het huidige Nederland en België – onder één kroon worden verenigd.
Het nieuwe koninkrijk, geleid door koning Willem I, moet één natie vormen, maar politieke, religieuze en economische spanningen lopen op. In 1830 breekt in Brussel een opstand uit die al snel uitgroeit tot een bredere afscheidingsbeweging: de Belgische Revolutie.
Ook in de grens- en garnizoensstad Bergen op Zoom is de spanning in deze onrustige periode duidelijk voelbaar. Nu de godsdienstvrijheid recentelijk is hersteld, heeft de katholieke gemeenschap voor het eerst sinds lange tijd weer de ruimte gekregen om openlijk haar geloof te belijden. Op de Grote Markt is een nieuwe kerk gebouwd – Het huidige theater De Maagd – waarvan we hier de achterkant zien.
Dankzij de inzet van pastoor Van Aken kon dit godshuis worden voltooid. Het stond symbool voor herstel, vertrouwen en toekomst. Maar op 29 maart 1831 veranderde alles.
Het was een bedaarde dinsdagmiddag. De zon scheen helder over onze goede stad Bergen op Zoom. Ik bevond mij in onze kerk, nog maar pas gewijd – een bouwwerk waar wij, na jaren van spaarzaamheid en volharding, met Gods hulp toe waren gekomen. Onze trots.
Ik was bezig aan het altaar van de Heilige Maagd, toen de grond onder mijn voeten plotseling begon te sidderen. Een daverende slag volgde – geen gewone dreun, maar een geweld alsof de hel zelve zich had geopend en de duivel uit de diepte was opgestaan.
De vensters sprongen uit hun sponningen, en het glas kletterde met venijnige scherpte op de banken. Het dak kraakte in zijn gebinte, stukken plafond kwamen naar beneden. Stof en rook vulden het heiligdom. En buiten… buiten klonken angstkreten, gehuil, het rumoer van paniek.
Niet veel later bereikte mij het ontzettende bericht: het kruitmagazijn de Stoelemat, iets verderop in de stad, was in de lucht gevlogen.
Ik greep terstond de heilige ziekenolie en begaf mij haastig naar de plek des onheils. De lucht was vol rook en de scherpe reuk van buskruit was overheersend. Wat ik daar aanschouwde, zal mij tot mijn laatste dagen bijblijven. Huizen waren in puin, balken en stenen lagen over straat verspreid. Delen van de vestingmuur waren ingestort. Alles ademde verwoesting.
Temidden van het puin ontwaarde ik korporaal Mourmot van de Utrechtse Schutterij. Gehavend, maar nog op de been. Even verder lag, op een haastig vervaardigde draagbaar, luitenant Pluijm. Zijn gelaat was lijkbleek en zijn adem zwaar. Een hospitaalsoldaat boog zich tot mij en fluisterde dat hij getroffen was door rondvliegend steen of ijzer. Zijn been was gebroken, het letsel ernstig.
Niet ver daarvandaan trof ik een jonge soldaat, nog bij kennis, maar zichtbaar stervende. Zijn ogen zochten de mijne, op zoek naar houvast. Ik knielde neer, legde mijn hand op zijn voorhoofd, sprak het gebed en diende hem de heilige ziekenzalving toe. Nauwelijks had ik de laatste woorden uitgesproken, of zijn adem stokte – en de stilte viel.
Enkele uren later keerde ik terug naar onze kerk. Ik wist nog altijd niet wat ons precies was overkomen. De stilte daarbinnen was van een andere soort – niet die van vrede, maar van verslagenheid. Het zonlicht viel door de kapotte vensters op de lege banken. Alles was veranderd.
Die rampzalige dag eiste achttien mensenlevens. Velen raakten gewond. Maar ook was er moed. Vastberadenheid. Eenvoudige mensen die boven zichzelf uitstegen.
In die verwoesting heb ik gezien dat geloof, barmhartigheid en menselijkheid stand kunnen houden – zelfs wanneer alles wankelt.