Stemmen: Tim Kerkhofs en Ilse Jansen
Audioproductie: Tom Gudde

Lees hier mee met het verhaal:

Jo Huijsmans was de oudste dochter in een gezin met 9 kinderen. Het gezin woonde in de directeurswoning, behorende bij de naast gelegen ambachtsschool op de hoek van de Burgemeester Stulemeijerlaan en de Zuidzijde Zoom. Rond de bevrijding van Bergen op Zoom vormde de Zoom een frontlijn. De woning lag direct in de vuurlinie. Als 25-jarige hield Jo een dagboek bij wat later geschonken is aan het West-Brabants Archief. Het dagboek begint op 1 september 1944 en eindigt op 19 november 1944. In de volgende fragmenten hoor je hoe Jo de bevrijding van de stad beschrijft.

 

Vrijdag 27 oktober 1944

We worden wakker geroepen door Juffrouw Sloven: “Leven jullie nog?” We weten niet direct wat ze bedacht. Maar de verklaring volgt gauw: ze hebben zo’n angst gehad vannacht op school, in de kelder. Moffen hebben de voordeur kapotgeslagen en zijn in de school geweest, waarschijnlijk om te schuilen voor de granaten. Omdat juffrouw Sloven niet direct gehoor kreeg, dacht ze dat er bij ons iets gebeurd was. In de omgeving van de muur en aan de overkant van de Zoom zit het vol met Duitsers, type: Fallschirmjäger. De huizen aan de overkant en het eerste gedeelte van de Halsterseweg (tot aan het klooster) moeten direct ontruimd worden. Er wordt al gefluisterd dat de tankmuur opgeblazen zal worden. We gaan eerst eten en dan…aan het werk om alles op school te brengen. Ons hoekhuis is te kwetsbaar. We zijn goed en wel bezig als er ineens een geweldige klap te horen is, een explosie! De Zoombrug bij de Zandstraat is de lucht ingegaan. Nu gaan we zeker door met alles op school te brengen.

 

Zaterdag 28 oktober 1944

We horen zeggen: er zijn Tommies in de school! Een paar staan er op de trap van de kelder, de officier komt verder bij ons binnen. Dan, plotseling : “Happy to see you!” Handen geven, en het is in orde. Vrienden! Een beetje Engels komt toch boven en het blijkt dat de Tommies geen Tommies maar Canadezen zijn. De officier vraagt om een plaats op de bovenste verdieping om ongezien de overkant te kunnen bespieden. Verkenning dus pas! Wat de Duitsers betreft, kunnen we hem geruststellen dat er aan deze kant geen meer zitten, wel aan de overkant. Af en toe klinkt even een serie mitrailleurschoten. De officier komt nog eens terug: Hij blijft even praten, natuurlijk vragen we of de kelder “safe” is. Ja, voor granaten wel, alleen zouden we beter in de stad zijn: over een poosje zal de Canadese artillerie beginnen te schieten met de bedoeling de Duitse stellingen over de Zoom te treffen, maar bij het inschieten zullen de eerste beslist hier vallen. We zitten precies in de linie. Toch durven we niet goed weg. Het zal tegen de middag zijn als de artillerie werkelijk begint, zwaar geschut: en de projectielen vallen bij ons ook! Na een poosje krijgen we antwoord van de Duitse stellingen: het regent granaten. Plotseling houden de granaten op, om plaats te maken voor een ander hels lawaai: lichter geschut, geweervuur, mitrailleurs, vermoedelijk langs de Zoom opgesteld. Natuurlijk wordt ook dit vuur beantwoord van de overkant, wel angstig, maar niet verschrikkelijk als granaatvuur. Zolang de tanks niet door de muur zijn aan de overkant zal het hier niet klaar zijn. De muur kapot, daar gaan we nu naar uitkijken. De nacht duurt weer lang, het geschut wordt steeds zwaarder.

 

Zondag 29 oktober 1944

Tegen dat het licht wordt, komt onze Canadees van gisteren ook weer afzakken. Veel weet hij niet te vertellen: de muur is nog niet kapot, wat infanterie er overheen, voor de rest moeten ze afwachten. Bij zo’n doorstoot moet alles tegelijk oprukken. Zonder bijzondere gebeurtenissen gaat de morgen voorbij. Twee tanks horen we aanrollen, volgens de Canadees met “15 pounds” geschut. Dan volgen een serie dreunen, telkens twee aan twee. We zien de kelder geweldig op en neer gaan en een regen van gruis komt natuurlijk neergedwarreld. We trekken maar een bedenkelijk gezicht als we horen dat wel een 30 a 40 schoten nodig zullen zijn. Na schot nummer 19 is het een poos stil en als de Canadees eens gaan kijken is komt hij zeggen dat het al klaar is. Goddank, nu kan er tenminste schot in komen. De doortocht van auto’s, tanks en troepen begint al gauw, natuurlijk onder een hevig Duits mortiervuur en een hels lawaai van het dekkingsvuur van deze kant. We gaan nu langzamerhand denken dat niet veel van huis en school over kan blijven.

 

Maandag 30 oktober 1944

Tegen 8 uur worden we wakker, het is volop drukte boven en stuk voor stuk gaan we onze neus ook eens boven de grond steken. De ruïne van de muur op de brug wordt opgeruimd door Engineers. Aan de overkant is veel kapot. Ons huis staat er waarachtig nog overeind. We horen al gauw dat het in de stad in orde is. Heel de morgen is er aanloop van soldaten, we ratelen Engels en Frans. Bij Juffrouw Sloven is het huis flink geraakt, alleen de keuken is heel, zodat we gauw hete koffie hebben. Pa gaat al eens verder stadwaarts: de pastorie is deerlijk gehavend. Tot even voorbij de Markt zijn hier en daar treffers, anders is er niets gebeurd. Vrijdagmiddag was het al volop feest op de Markt! Tegen vijf uur komt een grote massa materiaal langs, zeker wel een honderd zware tanks en andere voertuigen. Het is overdonderend. Het doet eigenaardig aan, mensen met oranje en vlaggen te zien. In onze buurt staat het nog niet. Er is ontzettend druk verkeer, natuurlijk richting Steenbergen. Alle pleinen in de stad staan nog vol tanks. Het eerste plan is: wij voorlopig evacueren tot het huis opgeknapt is. Het lokt niet erg aan….waar naar toe? En het kelderleven zijn we ook zo beu. Dan hakken we de knoop door: we slapen in de directeurskamer, we eten bij juffrouw Sloven in de keuken en we werken thuis.