Luister naar het verhaal van directeur Mathias Ulens
Stemmen: Tim Kerkhofs en Albert Hoekstra
Audioproductie: Tom Gudde
Lees hier mee met het verhaal:
Van 1795 tot 1814 ging Nederland door veel grote politieke veranderingen. Het was de tijd van de Franse revolutie en ook in Nederland had dit grote gevolgen. Nadat het land al 15 jaar door verschillende regeringsvormen ging waarbij de Fransen waren betrokken werd het in 1810 officieel onderdeel van het Franse Keizerrijk. Vanaf dat moment was de Franse leider Napoleon Bonaparte ook keizer van Nederland. Dit verhaal speelt zich af in 1814, het Franse Keizerrijk van Napoleon stond ondertussen alweer op instorten. Het normaal al lastige werk van de directeur van het militaire hospitaal in Bergen op Zoom werd bijna onmogelijk. Directeur Mathias Ulens deed er alles aan om het hospitaal, en zijn patiënten, in leven te houden.
Mijn naam is Mathias Ulens, ik ben samen met mijn vrouw en twee jonge kinderen in 1812 van Brussel naar Bergen op Zoom verhuisd om hier directeur te worden van het Franse Hospitaal. Het is geen makkelijke baan want het bestuur van het hospitaal ligt in handen van de lokale Bergse overheid en het Franse leger, en zij werken niet bepaald goed samen. De stad moet het dagelijks bestuur regelen terwijl de Fransen zorgen voor de dokters. Beide partijen zijn het er vaak echter niet echt over eens wie nu precies wat doet en de grenzen zijn vaak erg vaag. Mijn baan is om het hospitaal en daarmee ook de patiënten zo gezond mogelijk te houden maar dat wordt door deze twee strijdende partijen vaak erg moeilijk gemaakt.
We moeten ons werk doen met veel te weinig geld en de gebouwen waarin het hospitaal is ondergebracht zijn in een zeer slechte staat. Neem het Markiezenhof hier, dit was niet heel lang geleden nog ingericht als magazijn en moest ineens klaar worden gemaakt om dienst te doen als militair hospitaal. De stad wilde hier het liefst zo min mogelijk geld aan uit geven dus je kunt je voorstellen dat ook na het onderhoud het gebouw niet bepaald geschikt is. Niet alleen het gebouw maar ook de materialen waar we mee moeten werken hebben hun beste tijd wel gehad. Ik besteed mijn werktijd daarom voornamelijk aan het bij elkaar verzamelen van geld en middelen om het hospitaal draaiende te houden en zoveel mogelijk soldaten weer levend naar buiten te laten lopen. Daarnaast moet ik er ook voor zorgen dat het verplegend personeel wordt uitbetaald en ik moet eerlijk toegeven dat ik soms zelf wat geld bijleg om de salarissen te kunnen uitbetalen.
Hoewel ik zelf niet direct betrokken ben bij de genezing van onze patiënten zijn zij natuurlijk wel de mensen voor wie ik werk. Je kunt hierbinnen op de ziekenzalen bijna alle talen horen die in Europa te vinden zijn, er zijn naast Nederlanders en Fransen ook Duitsers, Polen, Hongaren, Denen en zelfs Ieren te vinden. Ondanks de taalbarrière zijn zij toch allen met elkaar verbonden door hun gezamenlijke ervaringen in het grote en machtige leger van Napoleon.
Ondanks dat we een militair hospitaal zijn, zijn de meeste patiënten die we verzorgen geen oorlogsslachtoffers maar soldaten met andere ziektes, vooral koorts. Dat betekent natuurlijk niet dat we helemaal geen oorlogsslachtoffers zien. Helaas zijn er nog steeds wel eens veldslagen waarna we altijd veel soldaten met schotwonden moeten verzorgen. Vooral in dit afgelopen jaar kwamen er door de belegering van de stad door de Engelsen weer een hoop mannen binnen met schotwonden. Mijn vrouw heeft toen zelfs meegeholpen in het ziekenhuis door ons eigen linnen en lakens in stukken te scheuren zodat we dit konden gebruiken als nieuw en schoon verband.
Het is zwaar werk wat we doen maar ook nuttig en goed. Er zijn in de afgelopen 4 jaar zo'n 10.000 patiënten opgenomen in het ziekenhuis en de meeste hoeven gelukkig niet langer dan een aantal weken te blijven. We kunnen helaas niet iedereen redden maar ons sterftecijfer is vrij laag. Ik denk dat ik kan stellen dat ik en al het andere personeel van dit ziekenhuis ondanks onze zeer moeilijke omstandigheden toch goed werk verrichten.