De invoering van het Kadaster vond plaats op 1 oktober 1832. Het doel van deze nieuwe organisatie was te komen tot een eerlijkere heffing van de grondbelasting, een belasting op onroerende zaken, gebaseerd op de grootte en kwaliteit van de grond en het gebouwde. Bij de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 kwam er een belangrijk element bij, namelijk het verschaffen van een grotere rechtszekerheid aan de burgers. Het vermelden van kadastrale kenmerken in akten werd vanaf 1838 verplicht.

De basis van de kadastrale informatie wordt gevormd door de minuutplans en de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT's). Al vóór 1832 gingen de landmeters op pad om de percelen in Nederland op te meten en vast te leggen in kaarten en registers (OAT's).

In het kadastrale stelsel wordt het grondgebied ingedeeld in kadastrale gemeenten. De kadastrale gemeente wordt verdeeld in secties, die aangeduid worden met hoofdletters. De secties zijn vervolgens verdeeld in percelen, die genummerd worden. Een perceel wordt geïdentificeerd door kadastrale gemeente, sectie en nummer. Zolang de grenzen van een perceel niet veranderen, houdt het steeds hetzelfde nummer, behalve in de zeldzame gevallen dat een kadastrale gemeente of sectie in zijn geheel wordt hernummerd. Wanneer de grenzen van het perceel wijzigen of er gebeurt iets met het perceel, zoals de bouw van een huis, dan verandert ook het perceelnummer.

Alle veranderingen in de kadastrale gegevens zijn nauwkeurig bijgehouden door het Kadaster. Je kunt hier bij het West-Brabants Archief (WBA) onderzoek naar doen door de Kadaster Archiefviewer te raadplegen. Dit digitale programma is beschikbaar in de studiezaal van het WBA.

Belangrijkste begrippen

Het doen van onderzoek in de Kadaster Archiefviewer vergt enige kennis van de gebruikte terminologie. Hieronder volgt daarom een korte uitleg van de belangrijkste begrippen, zodat u snel aan de slag kunt met uw kadastrale onderzoek.

BEGRIP UITLEG PERIODE   WAAR TE RAADPLEGEN?
Minuutplans

Dit zijn de eerste kadastrale kaarten. Ze geven de toestand weer van 1832.
Vaak is er ook een verzamelplan van alle secties aanwezig.  

1832 Op microfiche in de studiezaal van het WBA of online bij het BHIC / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.  
Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT's)    OAT's horen bij de minuutplans. In de OAT's wordt o.a. vermeld wie de eigenaar
van elk perceel was en hierin vindt u ook gegevens over de grootte en aard van het perceel.
De OAT's zijn georden op kadastraal perceelnummer.  
1832 Op microfiche in de studiezaal van het WBA of online bij het BHIC / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Suppletoire Aanwijzende Tafels (SAT's)  Registers waarin eigendomsveranderingen ten opzichte van de OAT's werden verwerkt.
Vanaf 1844 werden eigendomsveranderingen in Register 71 aangegeven.
Alleen de splitsing en samenvoeging van percelen werd nog tot 1863 vastgelegd in de SAT. 
1832-1844
1832-1863  
Op microfiche in de studiezaal van het WBA.  
Register 71 Een verwijzingsregister per gemeente van kadastrale perceelnummers naar artikelnummers
van eigenaren. Wanneer er een nummer wordt weergegeven met 'later', wordt hierbij geen
artikelnummer maar juist een later perceelnummer bedoeld.
1844-1985 Kadaster Archiefviewer. Menu: Register 71
Hulpkaart Belangrijk hulpmiddel bij onderzoek naar wijziging van grenzen op perceelniveau. Geeft de
relatie weer tussen vervallen en nieuw ontstane percelen. Een hulpkaart wordt gebruikt
voor bijwerking van het (vervolg) minuutplan.
1832-heden Kadaster Archiefviewer. Menu: Hulpkaart 
Veldwerk Schets door de landmeter ter plaatse gemaakt van wijziging van perceelsgrenzen op
perceelniveau in relatie tot de omgeving. Soms zijn hier ook wijk- en huisnummers te
vinden. Aan de hand van het veldwerk wordt de hulpkaart opgemaakt. Vaak bevatten de
veldwerken meer gedetailleerde informatie ove rde wijzigingen ten opzichte van de leggers 
en de hulpkaarten.
1879-heden Kadaster Archiefviewer. Menu: Veldwerk
Dienstjaarveldwerk Schets door de landmeter ter plaatse opgemaakt van wijzigingen can perceelgrenzen
binnen een gemeentelijkde kadastrale sectie per dienstjaar. Houd er rekening mee dat een
dienstjaar verwijst naar het kalenderjaar vóór het genoemde jaar.
1820-1878 Kadaster Archiefviewer. Menu:Dienstjaarveldwerk
Leggerartikel Één (of meer) pagina('s) in de kadastrale legger waarop alle percelen staan vermeld die één
of meerdere personen in een kadastrale gemeente in eigendom heeft of hebben. Elk perceel-
nummer heeft een apart volgnummer. Soms worden mede-eigenaren bij naam genoemd,
maar in andere gevallen wordt volstaan met de afkorting cs (cum suis).
1832-1985 Kadaster Archiefviewer. Menu: leggerartikel
Filliatie De relatie tussen vervallen en nieuwe percelen en omgekeerd. Filliatie laat zien uit welke
oude vroegere percelen een perceel is ontstaan (neerwaartse filliatie) of naar welke nieuwe
latere percelen een perceel is overgegaan (opwaartse filliatie).  
n.v.t. Kadaster Archiefviewer. Filliatie verschijnt in een afzonderlijk kader
en wordt tegelijk met de resultaten weergegeven wanneer het
zoekcriterium een perceel is.
Hypotheekregister no. 4 Register van overschrijving van notariële en onderhandse akten van eigendomsovergang.
In de kadastrale leggers wordt in een aparte kolom verwezen naar deze registers.
1838-1974 Bij het BHIC zijn de hypotheekregisters no. 4 in de studiezaal te
raadplegen.
Projectveldwerk Veldwerken van grote projecten, zoals ruilverkavelingen, de aanleg van kanalen of her-
metingen. Ze kunnen zich over verschillende kadastrale gemeenten uitstrekken en bevatten
vaak meerdere kaarten.
n.v.t. Kadaster Archiefviewer. Menu: Projectveldwerk. In West-Brabant
gaat het om de volgende projecten:
- Bergen op Zoom: H1 t/m 7 (1887)
- Zundert: wegen (1937)
Lijst 78a Bevat voor sommige minuutpercelen een lijst met een verwijzing naar het archiefnummer
van het eerste veldwerk/hulpkaart waarop het perceel is opgenomen. Wordt in de praktijk
weinig gebruikt.
1834-? Kadaster Archiefviewer. Menu: Lijst 78a
Legger-rest Diverse onderwerpen die in de kadastrale leggers zijn vermeld. De alfabetische naamlijsten
van de OAT's zijn voor onderzoekers vaak het meest van belang. Overige stukken zijn
bijvoorbeeld verzamelstaten met gegevens over de grootte en belastbare opbrengst van
percelen en tarieflijsten met begrotingen van deze opbrengst.
n.v.t. kadaster Archiefviewer. Menu: Legger-rest

 

Goed om te weten

• De Kadaster Archiefviewer is in onze studiezaal te raadplegen. Thuis is dit (zonder betaling) niet mogelijk.
• Bij een bezoek aan onze studiezaal zijn altijd medewerkers aanwezig die u op weg kunnen helpen in de Archiefviewer. Daarnaast is er een beknopte handleiding aanwezig en kunt u ook het boek "Aan de slag in de Kadastrale archieven" raadplegen.
• De Kadaster Archiefviewer mag alleen worden geraadpleegd voor historisch onderzoek. De gegevens mogen dus niet worden gebruikt voor bijvoorbeeld juridische doeleinden. Een dergelijk onderzoek moet namelijk door het Kadaster worden uitgevoerd.
• Op de persoonsgegevens die via de Kadaster Archiefviewer beschikbaar gesteld mag u alleen gebruiken voor historische doeleinden. Gebruik van de persoonsgegevens voor andere doeleinden is niet toegestaan.
• U kunt zowel op kadastraal perceelnummer als op huidig adres zoeken in de Archiefviewer.
• U kunt níet op naam van eigenaren zoeken in de Kadaster Archiefviewer. Dit is vaak wel weer mogelijk via de algemene naamwijzers of de gemeentelijke kadastrale alfabetische naamlijsten. Deze archieven zijn op papier bij het WBA aanwezig.
• Het Kadaster registreert alleen het eigendom (en het vruchtgebruik) en niet de bewoning van percelen. Namen van huurders zult u er dus niet in aantreffen. Deze vindt u overigens wél in de bevolkingsregisters.
• Bij mutaties van percelen wordt vaak het dienstjaar waarin de verandering heeft plaatsgevonden, weergegeven. Het dienstjaar was één jaar later dan het kalenderjaar.
• In de leggers wordt u verwezen naar hypotheekregisters met overschreven notariële en onderhandse akten van eigendomsovergang. Deze zijn raadpleegbaar bij het BHIC en bevatten vaak een schat aan extra informatie.
• Er zijn echter ook veel verwijzingen naar registers die niet achterhaald kunnen worden, aangezien deze registers vernietigd zijn.
• Het is lastig zoeken als er ruilverkaveling (aangeduid met R of RVK) heeft plaatsgevonden. Ruilverkaveling is het samenvoegen van gronden om die op een bepaalde manier weer onder de rechthebbenden te verdelen. Voor het Kadaster is de toestand die na een ruilverkaveling ontstaat een minuuttoestand. Met andere woorden, een nieuwe beginstand. Let op: ruilverkaveling betekent vaak het einde van een historisch onderzoek.

Bron: website Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), juli 2018.