Vaak komt u bij onderzoek in het bevolkingsregisters verouderde huisnummers of andere aanduidingen tegen in de rubriek “huizing’. Het is niet heel gemakkelijk om een oud huisnummer om te zetten naar een huidig adres. Het West-Brabants Archief (WBA) heeft van een aantal (voormalige) gemeenten zogenaamde omnummeringslijsten die het zoeken naar het huidig adres iets makkelijker maakt. Hieronder vindt u deze zogenaamde omnummeringslijsten en een uitleg over het ontstaan van verschillende methoden voor (huis)nummering.


Bevolkingsregister: wijkregisters

In 1850 wordt het bevolkingsregister ingevoerd. De eerste registers zijn ingericht op wijk en niet alfabetisch op naam van de hoofdbewoner. Per wijk (dat kan ook een gehucht of dorp zijn) werd een bepaalde route gelopen en werden de huizen genummerd. Het eerste huis van de wijk kreeg dan de letter van de wijk (bijvoorbeeld B) en vervolgens een cijfer. Dit systeem gaf problemen als er tussen de huizen B3 en B4 een huis tussen werd gebouwd. Dit huis kreeg dan vaak de toevoeging ‘a’: B3a
Registers werden na een aantal jaren afgesloten. Gegevens werden dan overgeschreven van het oude naar het nieuwe register en de volgorde van de huisnummers werd aangepast. B3 uit het oude registers beleef B3 in het nieuwe register, maar B3a werd B4 en B4 werd B5. De familie die eerst in huis B4 woonde, had dus even later het adres B5 zonder dat ze verhuisd waren. In een tweede of derde opvolger van het eerste register kon de nummering nogal oplopen, zeker als er in de wijk veel huizen werden bijgebouwd.

Bevolkingsregister: alfabetische registers

Het overstappen van wijkregisters naar alfabetische registers maakt het zoeken op adres niet gemakkelijker. Deze nieuwe registers werden alfabetisch ingericht op naam van de hoofdbewoner. Met dit systeem verdween dus de samenhang tussen de adressen in een straat of wijk. De gemeenten legden voor het terugvinden van bewoners op adres hulpregisters aan. Deze hulpregisters hadden de reputatie slecht onderhouden te zijn en bieden bovendien weinig informatie. Pas rond 1920 voeren sommige gemeenten woningkaarten in die wél een goede toegang bieden op bewoners per adres.


Omnummeringslijsten


Bij het overstappen van wijknummering naar straatnummering werden omnummeringslijsten aangelegd. Vaak zijn deze lijsten het uitgangspunt bij het herleiden van oude nummers naar nieuwe nummers, De tabellen zijn echter beperkt te gebruiken: ze schakelen alleen over van het jongste wijknummer naar het nieuwe adres. De gemeente maakte géén omnummeringslijsten van oude wijknummers (vanaf 1850) naar nieuw adres. Hebt u dus een wijknummer uit een bevolkingsregister van 1862-1890, dan kunt u dat niet gebruiken in de omnummeringslijst uit 1952. De stap tussen 1890 en 1952 is té groot; het wijknummer is na 1890 immers nog één of meerdere keren gewijzigd.

Valkuilen

• Vaak worden wijknummers verward met perceelnummers van het kadaster. De opbouw van de nummers lijkt dan ook erg op elkaar. Beide nummers hebben níets met elkaar gemeen.
• Ook na de invoering van de straatnummering kan een straat of huisnummer zijn gewijzigd. Heel vaak zal dit niet voorkomen, omdat de administratieve en financiële consequenties voor de gemeente groot zijn.
• U kunt een omnummeringslijst alleen gebruiken om de jongste wijknummers om te zetten naar het nieuw toegekende adres.
• In inventarissen en nadere toegangen op archieven wordt vaak de oorspronkelijke straatnaam of huisnummer aangehouden die het pand had toen de administratie werd opgemaakt, maar dit is niet vanzelfsprekend. Zoek dus altijd op meerdere termen.

Omnummeringslijsten WBA

Gemeente Bergen op Zoom
Gemeente Etten-Leur
Gemeente Fijnaart en Heijningen
Gemeente Halsteren
Gemeente Klundert
Gemeente Ossendrecht
Gemeente Oud en Nieuw Gastel
Gemeente Oudenbosch
Gemeente Rijsbergen
Gemeente Rucphen
Gemeente Standdaarbuiten
Gemeente Willemstad
Gemeente Woensdrecht
Gemeente Zundert

Bronvermelding: Informatieblad huisnummering van het Regionaal Archief Zutphen (januari 2018)